Reageren of een ervaring delen?

Wil je reageren op een vraag of zelf een vraag stellen? Of wil je jouw ervaring delen met de andere leden. Dat kan, maar alleen wanneer je je hebt aangemeld voor Doejemee. Meld je snel aan.

De virtuele elfstedentocht op het St. Odulphuspad

| 7 reacties

 loopt zijn elfstedenroute of het St. Odulphuspad. In een blog kwam de eerste etappe al aan bod. Hieronder lees je zijn mooie verhalen van de andere etappes!

Voordat u een reactie kunt plaatsen moet u zich eerst aanmelden.

Klik hier om u aan te melden.

7 reacties

  • 8a etappe St. Odulphuspad ‘ met NPO 5 radio rond Hemelum en Bakhuizen 30 juni 2020

    Op pelgrimspad met Radio NPO 5.

     Radio NPO 5 maakt een serie gesprekken met wandelaars die klooster- of pelgrimspaden bewandelen. Daarom wandelt reporter Hadassa van der Griend vandaag een aantal kilometers met Eppie en Ines mee op een deel van de Odulphus route rond Hemelum en Bakhuizen.

    Tijdens het wandelen, gaat ze met ons in gesprek over het hoe en waarom van ons wandelen.Van deze gesprekken maakt ze een radioverslag. Binnenkort wordt dit op radio NPO 5 uitgezonden.

     Van Balk naar Hemelum: vluchtelingen.

    Van Balk gaan we via een deel van etappe 7 met de auto naar Hemelum. Deze etappe heeft als titel Refugium, dat betekent schuilplaats. We komen langs (voormalige) schuilplaatsen. Het begint direct met het AZC Balk voor ons. Dan rijden we door Harich via de Lykwei. Daar heeft ooit een uithof van het St. Odulphusklooster gestaan. De uithof werd ‘Spitael’ genoemd. Dat betekend hospitaal. De naam staat nog op de boerderij die er nu staat. Op het land vlakbij kregen gevluchte Belgische soldaten uit WO 1 een veilig onderdak. Even verder ligt aan de Luts een bosgebied ‘De Wyldemerk.’

    In een barakkenkamp hier hebben geëvacueerde gezinnen van moslim Molukkers uit voormalig Indië onderdak gevonden.

     In Rijs stond ooit een steenfabriek. Op dat terrein hebben ook Belgische vluchtelingen gewoond.

     Hemelum Sint-Nicolaasklooster.

    We starten met wandelen net buiten Hemelum, daar is Eppie ook. Via een pad met fraai uitzicht komen we langs het Russisch Orthodox  Sint-Nicolaas klooster, gevestigd in de voormalige Gereformeerde kerk. Eppie heeft als makelaar deze koop mogelijk gemaakt.

    We treffen het niet, want we hebben geen contact kunnen leggen om de deur van het klooster voor ons te openen. Jammer! Maar we krijgen een pleister op de wonde, want even verderop staat de deur van Sint-Nicolaas kerk uitnodigend voor ons open. We krijgen van pastor Pasterkamp een gedegen uitleg over de kerk en over het klooster dat hier ooit heeft gestaan. Het was de vervanger van het Odulphusklooster van Stavoren. Dat was in de Zuiderzee verdwenen. Was het klooster in Stavoren een mannenklooster, het klooster hier werd later een vrouwenklooster. In de 16e eeuw leidde de opkomst van de Reformatie ook het einde van dit kloostercomplex in. In de kerk kun je nog zien waar de kapel van het klooster heeft gestaan. Het klooster zelf stond even verderop in de richting van Bakhuizen vertelt de pastor ons. We wandelen erlangs op weg naar Bakhuizen. 

     Odulphus en Bakhuizen.

    In Bakhuizen staat de Rooms Katholieke Sint Odulphuskerk. Deze kerk is van 1914, het jaar dat WO1 uitbrak en veel Belgen vluchten naar Nederland. De oude kleinere kerk werd niet gelijk afgebroken, maar werd gebruikt als onderdak voor een groot aantal Belgische vluchtelingen. Al een AZC eigenlijk. Op het kerkhof bij de kerk staat een gedenksteen hiervan.

    De parochianen van Bakhuizen houden de geschiedenis van Odulphus in ere. Niet alleen de kerk draagt zijn naam, ook ieder jaar wordt er op 12 juni, de geboortedag van Odulphus, een Odulphusbedevaart gehouden. De kerk is gesloten dus wandelen we verder over het Oduphuspad. Eppie zijn ‘roots’ liggen in Bakhuizen, hij vertelt er enthousiast over. Het pad gaat over het ‘Bakhústerheech.’ Het is hier heuvelachtig, die heuvels worden: ‘Gaasten’ genoemd. Dit is een deel van etappe 8 die ‘Tumulus’ heet wat heuvel betekent! Bovenop staat de Odulphus boerderij.

    Wij gaan weer richting beginpunt. Ondertussen interviewt Hadassa ons verder over onze beweegredenen van ons wandelen. We verwoorden het als volgt: we houden van wandelen, van de natuur, we staan stil bij kerkelijke en historische punten en bij mensen die we treffen op ons pad en tot slot: in onze onderlinge gesprekken verbeteren de wereld!

     Ines Bergsma

  • 7e etappe St. Odulphuspad  ‘Refigius als Virtueel Elfstedenpad 7 etappe 29 juni 2020

    Cathrienus is met vakantie dus zijn we deze etappe met ons tweeën. Het is droog maar het waait stevig, gelukkig gaat de etappe veel door de bossen. De 7e etappe gaat van Balk naar Oudemirdum en is voor ons 15,3 kilometer. We korten de route een paar kilometer in. Deze etappe draagt de naam ‘Refugium’ dat betekent schuilplaats en herinneringen hieraan komen we vandaag tegen.

     Van Balk door de bossen naar Kippenburg.

    De start is bij de kerk ‘Breahûs’. In Balk zie je aan de riante woningen met fraaie gevels dat vroeger de boterhandel hier voor grote rijkdom heeft gezorgd. Fraai is ook het oude raadhuis. We verlaten Balk. Op Lorreburen naar Harich staan drie monumentale boerderijen. Van de boterkoopman Idske Poppes was de tweede. In de kelder werd de room van de melk tot boter gekarnd. Harich is een voornaam dorp geweest, dat zie je nog aan de grote woningen die er staan.

    Dan wandelen we door de fraaie beukenlaan in het Harichsterbos, uiteindelijk verlaten we dit bos bij Ruigahuizen. We steken de autoweg over en duiken gelijk de Star Numans bossen in.

    In Ruigahuizen hebben Hugenoten uit Frankrijk een schuilplaats gevonden. Bij de fraaie klokkenstoel gaan we de Bremer wildernis in en dan terug naar de Star Numans bossen. Daar liggen op het pad grote omgewaaide bomen. Hindernissen die we met jeugdige vaardigheid nemen! Trots bereiken we Kippenburg. Hiernaast is het paardendekstation van de dochter en schoonzoon van Eppie. We pauzeren er even en bekijken de indrukwekkende paarden die er staan.

     Vluchtplaatsen.

    Aan de overzijde van de snelweg aan de ‘lykwei’ stond in de middeleeuwen een uithof van het Sint Odulphusklooster. De uithof heette ‘Spitael’, dat betekent hospitaal. Hier werd aan armen, zieken en bedevaarders onderdak geboden. In de tachtig jarige oorlog is het in vlammen opgegaan. De boerderij die er nu staat draagt nog de naam ’t Spitael.’

    In het begin van de eerste wereldoorlog sloegen veel Belgen voor de Duitse troepen op de vlucht naar o.a. Nederland. Waaronder ook veel militairen, die werden in Nederland ontwapend en opgevangen in kampementen. Eén van de eerste tent kampementen was hier aan de ‘Lykwei.’ Later mochten de militairen hun gezinnen over laten komen en kregen ze in Gaasterland een beter onderkomen. De oude steenfabriek bij Rijs is er toen voor ingericht en een nieuw kamp ‘Boschkant’ werd er aangelegd in de buurt van Oudemirdum.

    Het gebied waar we nu zijn heet ‘Wyldemerk’, de naam herinnert aan de vroegere jaarlijkse tweedaagse markt. De eerste dag was voor de senioren uit de streek. De tweede dag was voor de jeugd, dan ging het er vaak ‘wyld’ aan toe, mee onder invloed van drank, vandaar de naam.

     Molukkers

    Even verder staat langs de oude weg een transformatiehuisje. Daarop staan namen van Molukkers. In 1948 werd Indië door Nederland overgegeven aan Indonesië. Veel Molukkers hebben voor een vrij Ambon in het Nederlandse leger gestreden. Na deze actie moesten ze wel in Nederland onderdak krijgen. Een minderheid van de Molukkers waren moslim en dat gaf soms strubbelingen met de andersdenkende Molukkers. Voor de moslims werd een onderkomen op de ‘Wyldemerk’ aangelegd. Bijna twintig jaar hebben ze hier gewoond. Veel mannen werkten in Sneek en de oudere kinderen gingen in Balk naar school. Bij de plaatselijke bevolking hoorden ze er gewoon bij.

    Dan wandelen we langs de afgraving van de ‘Wyldemerk.’ Het zand ervan is gebruikt voor de aanleg van de N359. Nu is het een prachtig waterrijk natuurgebied. Het libellen reservaat is vermaard om zijn veelheid van libellen soorten. Het grote geplande pretpark is er gelukkig niet gekomen.

    Over het bruggetje komen we weer in de bossen. Langs een recreatieterrein gaat het op naar Oudemirdum. Even voor Oudemirdum zien we de plek waar kamp ‘Boschkant’ heeft gestaan.

    Net voor sluitingstijd halen we ons stempel bij “Mar en Klif.’

    Ines Bergsma

  • 6e etappe St. Odulphuspad  ‘Moenia Perae’  als Virtueel Elfstedenpad 6 etappe 23 juni 2020

    We zijn weer met ons drieën. Volop zomerweer met een temperatuur rond de 25 gr. C. De 6e etappe gaat van Wijckel via een omweg naar Balk en is met toeloop naar Wijckel 17,2 kilometer. De titel van de etappe is: ‘Moenia Perlae’ wat betekent stadswallen van de parel. En een parel is Sloten de kleinste van de elf steden van Fryslân. Open gebied en bossen wisselen elkaar af bij deze etappe.

     

    Naar Sloten.

    Vanaf de hoogte van de zandrug zien we rondom ons kaalgeschoren weilanden. Het is gras is binnen, maar door de droogte van de laatste tijd is nu de groei er even uit. We komen via het fietspad lang de Ee en de jachthaven Sloten binnen. Op de stadswal slaan we af naar het bolwerk met de fraaie molen. Onderaan het bolwerk staat de schandpaal, die lopen we snel voorbij. In het fraaie museum halen we het stempel van deze etappe. Langs de stadsgracht bereiken we het andere bolwerk van de stad. Het kanon dat daar staat ‘schiet’ ons richting het Slotermeer. Langs de kade liggen alweer veel soms hele luxe boten.

     

    Gerrit de otter.

    Het Slotermeer ligt er in de zon met wat wind prachtig bij. De route loopt eigenlijk over de kade bij het meer, maar dan moet je verschillende obstakels nemen en daar passen we voor bij dit warme weer.

    We komen lang het Wikeler Hop. Twintig jaar geleden heb ik als natuurgids in opleiding dit gebied een jaar in lang regelmatig bezocht om de flora en fauna ervan in kaart te brengen. Dat het ik samen gedaan met’ Gerrit de fictieve otter’ We kwamen toen tot de conclusie dat er voor de otter (uitgestorven in Fryslân) nog geen plaats was voor herintroductie. Het Slotermeer en de omgeving waren er nog niet geschikt voor. Sindsdien is de waterkwaliteit sterk verbeterd. Een otter jaagt op gezicht dus moet het water helder zijn en dat is het nu redelijk. En de omgeving is nog vrij rustig.

    Een paar weken geleden kwam een collega natuurgids vertellen dat hij op een vroege zondagmorgen oog in oog stond met een otter met een grote vis in zijn bek. Wat een prachtige ontmoeting en een teken dat niet alles negatief is wat er in de natuur in onze omgeving plaatsvindt.

     

    Buurtschap Bargebek.

    Langs het Menno van Coehoornbos met daarin sportvelden en een fraaie camping gaan we op naar het buurtschap Bargebek. Wat een naam hoe komt men daarbij. Dat zit zo: Als je in de buurtschap komt en je ziet rechts de straat ‘de Lynbaen’ dan heeft die de vorm van de onderkaak van een varken. Kijk je dan naar links dan zie je de voorkant van de varkenssnuit. Je moet het weten en dan nog zien ook anders loop je eraan voorbij en dat doen wij dus ook.

    Op de Lynbaen slaan we na een honderd meter een landweggetje in. Daar worden we verrast met enkele fraaie kunstwerken. De laatste daarvan is van losstaande stenen, tegels en stoepranden gestapeld. Het doet ons denken aan de natuurbouwwerken van La Roy bij Mildam. Vorig jaar door ons bezocht op de Jabikspaadroute.

    Nu komen we bij een bijzondere handwijzer. Het aardige is dat deze ook een richting naar boven aangeeft, die weg leidt naar Petrus. Die route kiezen we nog maar niet!

     

    Op naar Balk.

    Als we na een 1,5 kilometer rechts afslaan zien we de routeaanduidingen van het Elfstedenpad.

    In 2018 hebben we dit pad in 12 maandelijkse etappes bewandeld nu doen we het virtueel. Het is een leuke bijkomstigheid dat we nu reëel en virtueel op dit pad lopen. Bij Ruigahuizen slaan we af naar de richting Balk. Langs de Luts komen we Balk binnen waar de koffie thuis voor ons klaarstaat.

     

    Ines Bergsma

  • 5e etappe St. Odulphuspad  ‘Bellum  als Virtueel Elfstedenpad 5 etappe 15 juni 2020

     We zijn weer met ons drieën. In tegenstelling met de weersverwachting is het ideaal wandelweer.De 5e etappe gaat van Oudemirdum naar Wijckel en is 15,3 kilometer. De titel van de etappe is: ‘Bellum’ wat betekent oorlog en conflicten. De streek waar deze etappe ons brengt heeft ook tekens waaruit blijkt dat oorlogen ook hier littekens hebben achter gelaten.

     Van Oudemirdum naar Kippenburg.

    Vanaf de kerk van Oudemirdum gaan we via een slingerend fietspad naar de Sminkevaart.Het eerste oorlogsteken staat even van de route. Het herinneringsmonument aan Jacob Wilbers en Joh. Wissink die hier op 27 februari 1945 zijn gefusilleerd.  Over de Sminkevaart ligt de ‘Kampbrug.’  Even verder is de locatie Elfbergen, tussen 1914-1918 gebruikt als sportterrein voor de in Gaasterland aanwezige Belgische vluchtelingen. In de crisisjaren vanaf ongeveer 1930 is het terrein ingericht als kamp voor werklozen. Later werd het gebruikt als kampeerterrein. (Ik heb er in mijn jeugdjaren ook een keer gekampeerd.) Over een bospad en langs een golfbaan komen we bij het logement ‘Kippenburg. ’ Ook hier oorlogsherinneringen. De Duitsers hebben dit logement in de oorlog als onderkomen gebruikt. Vanuit het Rijsterbos een paar kilometer verder lanceerden ze hun V2 raketten naar Engeland. Aan de ‘Lykwei’ hier dichtbij werden de eerste Belgische vluchtende militairen in 1914 opgevangen in een tentenkamp.

     Van Kippenburg naar Sondel.

    De prachtige Beukenlaan heeft de allure passend bij een opgang naar een slot of landhuis. Aan het einde van de laan gaan we via een smal bospad omzoomd door dichte begroeiing verder. Wij hebben hier ‘oorlog’ met de steekmuggen die onze blote delen aanvallen. Het levert geen monument maar jeuk op! Uit dit ‘oorlogsgebied’ gaat het via het ‘Jeneverdyk’ (herinnert niet aan drank maar aan de jeneverbes die hier groeide) richting Nijemirdum. Op het kerkhof zijn negen oorlogsgraven. Ook Molukkers die na de oorlog vlakbij Kippenburg onderdak vonden en daar zijn gestorven liggen hier begraven.

    We wandelen door de ‘Griene Singel,’ weer zo’n statige laan die op een slot(plaats) uitkwam. Het boek ‘Ta him dyn begearte’ geschreven door Ypk fan der Fear neemt de lezer mee naar de beginjaren van de twintigste eeuw en speelt zich af in deze contreien. Bittere armoede is hier geleden. Zwaar moet het ‘Ikeboskjen’ zijn geweest, lange dagen voor een hongerloon. De schors van de eiken werd gebruikt voor de leerlooierijen. Die moest in alle vroegte van de eik worden geklopt. De Bremer Wildernis waar we nu komen heeft ook als zodanig dienst gedaan. Hier vindt de das en de ree een goed onderkomen. En sinds een paar jaar is er een natuurbegraafplaats.

    Vanuit ‘De Bremen’ gaan we over een zandrug richting Sondel. Op de hoogte ervan hadden de Duitsers in de oorlog een radarpost. Restanten zien we in de verte. De Duitsers woonden dicht erbij in bunkers. Na de oorlog werden de bunkers als vakantieverblijven ingericht. Vermaard waren de kampspelen en de kampvuren.

     

    Van Sondel naar Wijckel.

    Via het gehucht Delburen gaan we verder. Ook hier heerste vroeger grote armoede. De mensen woonden hier in sobere woningen zo op de zandgrond. Nu ligt het ontsloten aan goede asfaltwegen.

    Na een paar kilometer zien we in de verte de markante toren van Wijckel. Wij moeten eerst nog een zandrug over om het stempel van deze etappe te halen bij de camping ‘De Tjasker’ prachtig gelegen en je ziet hier kilometers ver. Na een halfuurtje doorstappen, bereiken we de finish bij de ‘Vaste Burchtkerk.’ In Wijckel. In deze kerk is het fraaie praalgraf van de beroemde vestingbouwer Menno van Coehoorn, de laatste oorlogsherinnering van vandaag.

     Ines Bergsma

  • 4e etappe: 

    4e etappe St. Odulphuspad  ‘Promontorium  als Virtueel Elfstedenpad 4e etappe 11 juni 2020

    De vierde etappe van Warns  naar Oudemirdum is 20,7 kilometer. De titel van de etappe: Promontorium betekent kaap. Die naam verwijst naar de kliffen van deze streek.We zijn weer met ons drieën. Vandaag starten we met wat miezerige regen overgaand in een fikse bui, maar als die over is kan de regenkleding uit en is het verder lekker wandelweer.

     Van Warns via Laaxum naar Bakhuizen.

     We kiezen voor de directe route naar Laaxum. Het is mogelijk de langere route via het Rode Klif te kiezen. We weten van het herinneringsmonument dat daar staat.

    De Slag bij Warns (Stavoren) was een veldslag in de Fries-Hollandse oorlogen tussen graaf Willem IV van Holland en de Friezen op 26 september 1345. Ze eindigde met een overwinning voor de Friezen en de dood van de graaf. Jaarlijks wordt op het Rode Klif nog stil gestaan bij deze slag. Nu is deze bijeenkomst vooral bedoeld om de culturele waarden van de Friezen te behouden.

    Laaxum heeft de kleinste haven van Europa wordt wel gezegd. Vroeger was het hier druk met IJsselmeer vissers. Nu is er nog maar één visser. De recreant kan hier nu terecht voor een hapje en een drankje.

    Over wat wij nog altijd noemen ‘de zeedijk’ gaan we richting Bakhuizen. Net voor Bakhuizen moeten we een rondje rond een bos maken. Hierin was de voormalige eendenkooi van de familie ten Klooster. Alleen een meertje herinnert ons aan de kooi. Weer in Bakhuizen gaat het op naar de St. Odulphuskerk.

     St’. Odulphuskerk

    De St. Odulphuskerk is gebouwd in  1913-1914 en is een pseudo-basiliek. Deze kerk is de opvolger van de kerk uit 1857. In de jaren 1914 tot 1918 waren er ongeveer 4000 Belgen in Gaasterland (vluchtelingen door de Eerste Wereldoorlog) In de oude kerk vonden een aantal van deze Belgen een goed onderkomen. Elk jaar wordt hier op 12 juni Sint Odulphus herdacht met een bedevaart. Bakhuizen is net als een aantal andere dorpen een RK enclave binnen Protestant Fryslân.

     Van Bakhuizen naar Oudemirdum.

    Na een mooie wandeling door de bossen gaan we naar het Mirnserklif. Wat ons opvalt, is dat juist tijdens de regenbui de zangvogels hun best doen met zingen. In de uitspanning op het klif laten we ons de koffie met appelgemak goed smaken. Hier heb je een prachtig uitzicht over het IJsselmeer. Citesurfers maken graag gebruik van deze locatie omdat het IJsselmeer hier ondiep is. Via de fraaie Mirnserlaan gaan we richting Oudemirdum.

     Ons pad gaat over de ‘Belgen reed.’ Aan dit pad heeft tijdens de Eerste Wereldoorlog het gezinsdorp Boschkant gestaan. Het dorp of kamp is speciaal voor de Belgische vluchtelingen gebouwd. Het dorp bestond uit 5 barakken elk voor 20 gezinnen, 4 privaatgebouwen, een elektrische centrale, een badinrichting met 6 douches en kuipbad met warmwatervoorziening, een naaischool, een directiekeet, een winkel, een woning voor de directeur van de naaischool, een vierklassige school en een tweetal driekamer-woningen. Wat een voorzieningen voor deze vluchtelingen. Nu is er niets meer te zien van wat er is geweest. Via deze ‘reed’ bereiken we het Jolderen Bos.

    Aan de rand met weer een fraai uitzicht bevindt zich de stenen Burgemeester Gaaikema bank uit 1925. Deze bank is door de bevolking geschonken aan burgemeester Harmannus Gaaikema. Aan de zuidzijde aan het bos staat de luchtwachttoren van Oudemirdum uit 1953, wij komen er niet langs. Deze fraaie etappe eindigt op de Brink bij het bezoekerscentrum Mar en Klif waar we ons etappe stempel halen. 

    Ines Bergsma

  • 3e etappe:

    Hier het verslag van de 3e etappe van het Odulphuspad. Zonder foto's anders wordt het wat een lange toevoeging.

    Groet van Ines

    3e etappe St. Odulphuspad  ‘Via’ als Virtueel Elfstedenpad 3 etappe 8 juni 2020

     Vandaag de derde etappe van Hindeloopen naar Warns, een trip van 17,5 kilometer. We zijn weer met ons drieën. Het weer is optimaal, zon en mooie wolkenpartijen en een briesje in de rug.Het eerste deel van de etappe wandelen we over de Via Ortus Sancte Marie. (Via): De weg van Mariëngaarde. De historische route begint bij het voormalig klooster Mariëngaarde bij Hallum en loopt naar Stavoren, daar ging het per boot verder. Vorig jaar zijn we bij het bewandelen van het St. Jabikspaad langs de boerderij gekomen die nu op de plaats staat waar ooit het klooster heeft gestaan.

     Hindeloopen.

    De op één na kleinste stad van Fryslân is een juweeltje. Vroeger aan zee gelegen was het een welvarende de stad. De schippers voeren de gehele wereld over. Cathrienus is hier geboren dus komen we door zijn verhalen dichter bij wat de stad zo bijzonder maakt. De unieke taal die alleen hier wordt gesproken. Een paar honderd mensen spreken het nog, waaronder Catrienus en zijn vrouw. Het is hun omgangstaal. We halen een stempel bij het beroemde schaatsmuseum, daar worden we geconfronteerd met een andere bijzonderheid van Hindeloopen, het Hindelooper schilderwerk dat ook nu nog gretig aftrek vindt. En dan is er nog hun klederdracht, vooral de vrouwen met hun grote hoofdkappen zien er dan prachtig uit. Wat een mooie start van deze etappe.

     Van Hindeloopen naar Stavoren.

    Even buiten Hindeloopen staat tegen de dijk het voormalig badpaviljoen. Het is in 1913 als houten paviljoen gebouwd en bleek een succes. Van uit de weide omgeving kwamen de ‘gegoede burgers’ per koets naar het paviljoen om in Zuiderzee te badderen. Dus moest het paviljoen groter en van steen worden herbouwd. Na de oorlog verdwijnt deze badderfunctie. Later treden hier beroemde muziekgroepen op en trekt de jeugd in de weekenden massaal naar het paviljoen. Nu wordt er over ‘gekissebist’ wat er met het paviljoen moet gebeuren.We bereiken Molkwerum, lommerrijk gelegen. Molkwerum werd wel het Venetië van het Noorden genoemd (net als Giethoorn) omdat de huizen bijna allemaal aan grachtjes stonden.Verder is Molkwerum heel bekend van de ‘Molkwarder Koeke’ een delicatesse! Maar helaas de bakkerij is er niet meer, wat rest is een klein museum dat aan deze glorieuze bakkerij herinnert.

     Stavoren.

    Na Molkwerum zijn we niet ver van Warns, het eindpunt voor vandaag, maar we moeten met een lange lus eerst nog naar Stavoren of is het Staveren? Momenteel is de naamgeving van de stad weer een strijdpunt. Stavoren is de oudste stad van Fryslân. Hoe oud de stad precies is weet men niet, maar in Stavoren houden ze het op 1061. We komen de stad binnen langs de bijzondere fontein (2018) en over de brug staat het standbeeld van het ‘Vrouwtje van Stavoren.’ De bekende legende van de vrouw, ring en de vis hoort bij de stad. Bij de brug zijn de terrassen al weer redelijk bezet. Wel geldt de 1,5 meter regel. We slenteren door de stad genietend van al het ‘schoons’ dat we onderweg tegenkomen. We halen het etappestempel bij een plaatselijke winkel. Officiële Odulphus stempelposten zijn vanwege de Corona maatregelen nog gesloten.

    Klooster van Odulphus.

    Ergens hier in de buurt of in het IJsselmeer heeft het vermaarde klooster van Odulphus gestaan. Het klooster heeft stormachtige tijden gekend. De Vikingen hebben het gebied geteisterd. Ook moest er strijd worden geleverd tegen de vloedgolven van de voormalige Zuiderzee. Het klooster is drie keer verplaatst. Het verdween voorgoed in de 16e eeuw.We verlaten de stad en wandelen in de richting van Warns. Rechts van ons stroomt het Friso kanaal. Aan het kanaal zien we een lang lint van staande masten van de recreatievloot. Met een paar leuke ‘ommetjes’ door Warns bereiken we de finish van deze etappe.

    Ines Bergsma

  • 2e etappe: 

    2e etappe St. Odulphuspad  Lux Aeterna als Virtueel Elfstedenpad 2e etappe 4 juni 2020

    Vandaag de tweede etappe van Oudega SWH naar Hindeloopen, een trip van 18 kilometer. We zijn weer met ons drieën. Deze etappe heet Lux Aeterna dat eeuwig licht betekent. Het verwijst naar de prachtige lichtval vanuit het zuiden als het over de Oudegaaster Brekken strijkt. We hebben dat op de eerste etappe al ervaren. Nu is het bewolkt als we in tegengestelde richting aan de noordzijde langs de Brekken lopen.

    Van Oudega naar Workum 10 km.

    Oudega is een mooi dorp waar veel van de oude bebouwing bewaard is gebleven. Vroeger was het dorp alleen over water bereikbaar, zoals meer plaatsen is ons waterrijke Fryslân.

    Het eerste deel van de etappe gaat langs de noordkant van de Brekken. In de verte staat prominent het ‘Doris Mooltsje.’ Het is de oudste spinnenkopmolen van Fryslân. Hij bemaalt de polders in de buurt. Als de molenaar aanwezig is geeft hij je graag meer informatie.  Maar wegens Corona nu dus even niet. Een groot deel van de polders waar we nu langs wandelen is “fûgeltsjelân.’ En in tegenstelling met de eerste etappe genieten we nu van de roep van de kievit, grutto en tureluur. De ondiepe plassen in dit gebied zijn bevolkt met verschillende eenden soorten. Je hart gaat sneller kloppen bij al die vogels! Door het open landschap wandelen we naar het buurtschap Nijhuizen. Het dorp heeft een kleine aanleghaven. In 2019 telde het dorp 50 inwoners. Nijhuizum is een streekdorp waar de melkveehouderij en toerisme/recreatie een belangrijke rol spelen, met drie campings. De kerk is van oorsprong een Hervormde kerk. Alleen zomers is er op zondag nog een dienst. We kuieren door naar Workum, etenstijd. Op een bankje met de wind in de rug eten we ons broodje.

    Van Workum naar Hindelopen 8 km.

    Op naar het centrum van deze mooie stad. Door het centrum stroomde de Wymerts. Die is gedempt toen ook Workum mee opging in ‘de vaart der volkeren.’ Langs het bekende Jopie Huisman Museum bereiken we het centrum. Jopie Huisman heeft prachtige schilderijen gemaakt van de meest eenvoudige dingen uit zijn leven. Nog niet gedaan?  Ga dit museum eens met een bezoek vereren.

    Bij elkaar staan in het centrum drie prachtige gebouwen.  De waag, het handelscentrum van weleer. Via de Wymerts werden de goederen naar binnen gebracht, gewogen en verhandeld. De Sint Gertrudiskerk, imposant, met in de kerk nog gildebaren met prachtige beschilderingen van de verschillende gildes van de stad. En de los van de kerk staande toren. Op de markt trekt het toerisme alweer aan nu de coranaverboden  wat minder streng zijn. Op de terrassen staan de stoelen en tafels keurig volgens de 1,5 meter regel die nu geldt.

    Parallel aan de hoofdstraat verlaten we Workum. We passeren het oude Joodse kerkhof. Op naar Hindeloopen komen we langs de Nijlânner molen. Deze is waarschijnlijk gebouwd in 1784. De achtkante bovenkruier is van het type grondzeiler en de functie is poldermolen.

    De wereld op zijn kop.

    Langs de dijk naast ‘Het Soal’, op naar Hindeloopen. De scheven toren van die stad zien we in de verte. We verlaten de dijk en lopen over een steengruis pad in de richting van het station van Hindeloopen. Langs dit pad bloeit de Rietorchis. We hebben de wind achter ons en dat is lekker, want de regenkleding moet uit de rugzak. Vlak voor het station staat een wel heel merkwaardig bouwsel.

    Herbouw van een oude boerderij maar dan op z’n kop. Een initiatief van een bekende particulier.

    Het gaat om de zelfde vorm en zelfde grootte van de oude boerderij maar dan op zijn kop.

    Omdat het mogelijk blijkt te zijn vindt de archtitect. ‘Oarsom tinke’ heeft geleid tot ‘oarsom bouwe’.

    De initiatiefnemer(s) vinden de tijd rijp om anders te gaan denken over de herbestemming van vrijkomende niet-meer agrarische gebouwen.  Wij moeten eraan wennen, maar als alles klaar is en we het bouwsel eens van binnen zouden kunnen beoordelen, wie weet stellen we dan onze mening bij. De stadswandeling door Hindeloopen bewaren we voor de volgende etappe vanwege de regen.

     

    Ines Bergsma